De wettelijke verdeling


Voorheen, tot 1 januari 2003, was het zo dat de langstlevende echtgenoot ook samen met de kinderen erfgenaam werd, ieder voor een gelijk deel.

Maar sinds 1 januari 2003 geldt het nieuwe erfrecht.

Daarin krijgt alleen de echtgenoot de hele nalatenschap.

De kinderen krijgen wel gewoon hun erfdeel, maar dan alleen op papier.

Dat hoeft dus niet meteen te worden uitbetaald (dat heet een niet-opeisbare geldvordering op de langstlevende).

Zo wordt de langstlevende echtgenoot dus eigenaar van het hele vermogen dat de beide echtgenoten hadden en kan deze dus ongestoord verder leven.

Dit heet de wettelijke verdeling.

 

Om een voorbeeld te geven.

Eerst wordt de erfenis van vader (de papieren schuld) uitbetaald aan de kinderen, dat betekent dat elk kind de 30 krijgt.

Nu is er nog 120 – 60 = 60 over en dat mag ook worden gedeeld door de kinderen, dus dat is nogmaals 30.

Bij elkaar hebben ze 30 van vader en 30 van moeder geërfd, is 60.

De kinderen krijgen hun papieren erfdeel pas bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot.

Na het overlijden van de eerste “ouder” is er alleen een papieren afrekening en bij het overlijden van de tweede en laatste “ouder” is er een uiteindelijke afrekening.

Dan wordt wel rekening gehouden met de eerste papieren afrekening.

Zo wordt de afwikkeling van het vermogen van de beide echtgenoten

een soort tweetrapsraket:

 

Trap 1: Bij het eerste overlijden is er een administratieve tussenstap, de berekening van de vordering (= te innen schuld) en

Trap 2: bij het tweede overlijden is er de definitieve afrekening, waarbij de te innen schuld uit stap 1 meegenomen wordt in die

verrekening.

Om dus de tweede nalatenschap goed te kunnen berekenen (ook vanwege het te betalen  erfbelasting) is het erg belangrijk om de “vorderingen” van de kinderen goed te berekenen en vast te leggen.

Daarvoor is het belangrijk om een boedelbeschrijving (=omschrijving van alle bezittingen en schulden) te hebben

Als de langstlevende persoon gaat hertrouwen, dan krijgen de kinderenwilsrechten.

De eerst stervende ouder kan echter in zijn testament daarover het een en ander bepalen (zie verder bij Wilsrechten).